Ik ben beland in Grensgebied: geen patiënt meer maar ook niet beter. Grensgebied tussen Kankerland en Gewoonland. Het is een lastig, mistig gebied. Het liefst wil ik er snel vandaan: vlug weer gewoon zijn. Maar zo werkt het niet. Het woordje “snel” is uit mijn woordenboek verdwenen. De behandelingen hebben sporen nagelaten: fysiek, emotioneel en geestelijk. Natuurlijk ben ik blij dat ik mag leven, dat de behandelingen voorbij zijn, dat ik weer gewoon kan eten en drinken e.d.

Stephen de Jong beschrijft deze toestand in zijn boek “Diagnose: Kanker” (2007) als volgt: “De patiënt moet de draad weer oppikken maar voorlopig ontbreekt de energie om dat op een bevredigende manier te doen.” (p.49) Dit geldt voor mijn werk maar ook voor leuke dingen doen. Dag voor dag leven lukt vrij redelijk. Ik lees graag, schilder weer wat, doe wat huishoudelijke klusjes, ga naar fysiosport  e.d. Maar mijn energie is nog beperkt. Regelmatig ontbreekt de puf dingen te doen, ben ik vergeetachtig, suizebolt mijn hoofd, is er pijn. Er zijn ook dagen die lang en zwaar zijn. Dagen waarop moeheid, gedachten, vragen en gevoelens me overvallen… Verlies van gezondheid en afgebroken dromen veroorzaken een stukje rouw. Dan voel ik me verward; verdrietig met een bozig ongeduldig ondertoontje, een vleugje angst en tranen op de loer… Dan wil ik gewoon weer mezelf zijn. Maar besef tegelijkertijd dat het voorlopig nog onzeker en onduidelijk is… Als counselor weet ik ook maar al te goed dat deze emoties en gedachten aandacht nodig hebben. Deze mistige, verwarrende tijd is er nu. Door ondervinding leer ik: herstellen kost tijd. Er is grensverkeer tussen Kankerland en Gewoonland, en dat zal blijvend zijn. Al zal het hopelijk steeds minder intensief zijn. Ik mag mijn balans hierin vinden maar zoeken kost tijd…

Maar ook voor anderen is dit Grensgebied wat onduidelijk. Ze weten ook niet hoe het moet. Trekken zich terug want het is nu toch voorbij… En zelf wil ik dat ook zo graag en het duurt ook al zo lang, ik wil niet langer aandacht vragen. Iedereen heeft ook het eigen drukke leven en eigen zorgen. Wat is het goed als er dan mensen zijn die toch naast me komen zitten, tijd nemen om echt te luisteren, zonder snelle oplossingen. Aandacht hebben voor hoe het nu is.

En ik klamp mij vast aan Gods belofte van nabijheid. Hij is de bron van mijn bestaan. En ik wil vertrouwen stellen in Hem. Maar “vallen in Zijn eeuwige armen” zoals ik in mijn eerdere blog “Loslaten” schreef is niet altijd gemakkelijk. Het helpt om steeds bewust de ervaringen met Hem en zijn beloften te herinneren. Tijdens de chemotherapie had ik voor elke chemobehandeling een steen van de berg Nendaz (waar ik heel duidelijk mocht zien dat God met me meegaat – blog “Chemobergen”). Die legde ik als een kuur voorbij was, opzij: zichtbaar beeld dat Hij me had geholpen, meeging de diepte in. Ook voor deze hersteltijd heb ik nu een steen neergelegd. Afwachten hoe lang het zal duren maar stap voor stap zal het wel beter gaan.

Categories: Blog

1 Comments

Reacties zijn gesloten.